Solisten

Seil Kim

De Zuid-Koreaanse tenor Seil Kim behaalde zijn diploma aan het Conservatorium die Santa Cecilia in Rome en vervolgens een concertdiploma aan het Conservatoire de Musique van Geneve. In 2008 ontving Seil Kim een diploma Uitvoerend Musicus aan de Zürcher Hochschule der Künste. Zijn leraenwaren onder andere Nicolai Gedda, Franco Corelli, Thomas Quasthoff en Eric Tappy.
Seil Kim won diverse prijzen. Zo was hij winnaar van het Internationaal Schubert Concours in Osaka, hij won de tweede prijs bij het Maria Callas Concours in Athene, de derde prijs bij de competitie bij Thomas Quasthoff voor “Das Lied” in Berlijn. Verder won hij tweemaal de Zwitserse Migros Prize en de prijs voor de beste zanger bij het Festival in Verbier in Zwitserland. In 2010 ontving hij de prijs van de Vrienden van het Lied bij het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch.

Seil Kim heeft een enorm repertoire opgebouwd, zowel op gebied van opera, als concert en oratorium.
Maar daarnaast ook als vertolker van het lied. Van barok tot hedendaags.
In de opera ontving hij lovende kritieken in de rol van Orphee in La descente d’Orphee aus enfers door Marc-Antoine Charpentier, als Ernestor in Don Pasquale van Donizetti en in het oratorium als Evangelist in de Matthäus Passion van J.S. Bach.

Seil Kim was te beluisteren in vele bekende theaters en concertzalen, zoals o.a. het Concertgebouw in Amsterdam, Festspielhaus Baden-Baden, Wiener Musikverein, Staatsopera Berlijn, Tonhalle Zürich, Händel Festival Luzern, en Seoul Arts Center.

Solisten

Pieter Hendriks

Bas-bariton Pieter Hendriks studeerde bij Herman Woltman en Wout Oosterkamp aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1997 was hij prijswinnaar van de Erna Spoorenberg Vocalisten Presentatie voor oratorium.

Het concertrepertoire van Pieter Hendriks geeft blijk van zijn grote veelzijdigheid. Hij zong de grote oratoria van Bach, Beethoven, Händel, Haydn, Mozart, Mendelssohn en Rossini en daarnaast zong hij werken van Schönberg, Szymanowski, Orff, Zemlinsky, Martin, Bernstein, Britten en Honegger.
Hij werkte met bekende ensembles als het Orkest van de Achttiende Eeuw, Residentie Orkest, Radio Kamer Filharmonie, Koninklijk Concertgebouworkest, Noord Nederlands Orkest en het Combattimento Consort Amsterdam en soleerde onder dirigenten als Jaap van Zweden, Frans Brüggen, Mariss Janssons, Ed Spanjaard, Jan Willem de Vriend, William Christie, Daan Admiraal en Christian Zacharias.

Ook op het operapodium was Pieter Hendriks de afgelopen jaren regelmatig te zien.
Bij De Nederlandse Opera zong hij de rol van Monnik in de wereldpremière ‘Tea’ van Tan Dun (een productie die zowel in Amsterdam als Tokio werd uitgevoerd) en bij de Nationale Reisopera vertolkte hij de rol van Kilian in Von Webers ‘Der Freischütz’ en Henry in Micha Hamels ‘Snow White’. Verder zong hij de rol van Junge Heer in ‘Der Protoganist’ (Weill), Ferryman in ‘Curlew River’ (Britten) en de titelrollen van ‘Falstaff’ (Salieri) en ‘Nixon in China’ (Adams). Met Barokopera Amsterdam maakte Hendriks een tournee in het binnen- en buitenland als bassolist in ‘King Arthur’ van Purcell. Zijn vertolking van de rol van Mamma Agata in ‘Viva la Mamma’ van Donizetti, een productie van Opera Trionfo in 2005, werd door de pers lovend ontvangen. In 2008 zong Hendriks in de Grachtenfestival productie van ‘Der Vampyr’ van Marschner en in augustus 2009 vertolkte hij de rol van Barone in Cimarosa’s ‘Il Pittore Parigino’ bij Opera Nijetrijne in Friesland waar hij in 2010 ondermeer de rol van Graaf zong in een Nederlandse bewerking van ‘Le nozze di Figaro’ van Mozart. Begin 2010 zong hij de rol van Silvano in Verdi’s ‘Un Ballo in Maschera’ bij de Nationale Reisopera.

Pieter Hendriks verleende zijn medewerking aan diverse cd- en dvd-opnames. Hij zong de rol van Papageno in een Nederlandse versie van Mozarts ‘Die Zauberflöte’, de bas aria’s in Bachs ‘Mattheuspassie’ in de vertaling van Jan Rot, de rol van Monnik in Tan Duns ‘Tea’ en de rol van Vis in ‘Jona, de neezegger’ van Willem Breuker.
Sinds 2002 is hij als eerste bas werkzaam bij het vermaarde Groot Omroepkoor in Hilversum.

 

bron: kox vocaal

Solisten

Dave ten Kate

Countertenor Dave ten Kate werd geboren in Nederland en begon op zeer jonge leeftijd met zingen als sopraan in het Haags Matrozen Koor. Hier kreeg hij zijn eerste zanglessen van Gregor Bak en Sipke de Jong. Na de middelbare school zette hij zijn studie door aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Rita Dams en Wout Oosterkamp, waarna hij een aantal jaren les had van Marjan Kuiper.

Mogelijk gemaakt door de VandenEnde Foundation, volgde Dave lessen van Martha Sharp, Johannes Effertz-Wolf, Monika Lentz en Adriaan de Wit aan het Mozarteum in Salzburg. Hier werd al snel duidelijk dat zijn stem zeer veel mogelijkheden had.

Aan het begin van zijn carrière werd Dave geselecteerd voor een Masterclass, gegeven door de beroemde countertenor Michael Chance. Zijn participatie werd uitgezonden tijdens het tv programma ‘Masterclass’ van Sonja Barend. Ook Michael Chance sprak van een groot talent en voorspelde een internationale carrière.

Dave ten Kate is een veel gevraagd solist voor oratorium- en barokconcerten. Op zijn repertoire staan onder meer de Matthäus Passion en het Weinachts Oratorium van Bach, Theodora en Judas Maccabaeus  van Händel. Hij zingt ook in opera’s van o.a. Händel, Gluck, Mozart, Purcell en Monteverdi. Daarnaast wordt hij gevraagd door moderne componisten en zingt hij muziekstukken van o.a. Bernstein: Chichester Psalms en songs van Sondheim.

“Tot de belangrijkste muzikale ontdekkingen in ons land behoort stellig die van Dave ten Kate.  Aan de hand van bijvoorbeeld zijn aandeel (altpartij) in de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach blijkt zonneklaar dat we hier met een vocalist van doen hebben die een ongekend hoog technisch niveau moeiteloos weet te paren aan een diep emotioneel , muzikaal engagement. Daarbij valt het karakter van zijn stem op door een soms naar een zilverkleurige lichtheid neigende glans en een rimpelloze egaliteit. De stem als zodanig ‘zit’  weldadig ruim, zodat ongeacht het register waarin wordt geopereerd, onafgebroken van een aangename souplesse sprake is. Na René Jacobs, Michael Chance en Andreas Scholl lijkt er, zoveel is duidelijk, een nieuwe ster aan het ‘stimmliche’ firmament te zijn verschenen. Een musicus, zoveel is nu al duidelijk,  van wie de wereld tot in lengte van vele jaren nog heel veel zal gaan horen”

(Musicoloog en journalist Maarten Brandt)

Zijn veelzijdigheid komt ook in muziektheater naar voren, waarin zijn passie en talent voor zowel zingen als acteren perfect tot uiting komt. Hij beweegt zich dan ook in de theaterwereld om deze gecombineerde kunstvorm met verve uit te oefenen. Dave wordt regelmatig gevraagd om live muziek te verzorgen bij ballet gezelschappen (o.a. Het Nationale Ballet) en filmmuziek in te zingen.

Samen met diverse pianisten en andere instrumentalisten geeft hij recitals, waarin hij  kleurrijke programma’s ten gehore brengt,  die uitgaan van een gevarieerd spectrum aan muzikale stromingen. Zijn  concerten worden omschreven als “een lust voor het oor en hart”!

Dave ten Kate houd zich intensief  bezig met het castratenrepertoire, een gebied waarbij  zowel technisch als muzikaal een hoog niveau vereist is. Eigenschappen die ruimschoots vertegenwoordigd zijn in zijn stem. Ongeacht het register waarin wordt geopereerd, met name in de hoogte, is er sprake van een onafgebroken, aangename souplesse. Zijn liefde voor de opera is erkend en herkend, en daar zijn stem beschikt over zoveel kleur en hoogte wordt hij in vele landen gevraagd om zijn medewerking te verlenen.

(bron: davetencate.nl   foto: Jurjen Stekelenburg)

Solisten

Frank Dolphin Wong

De Nederlandse bariton Frank Dolphin Wong studeerde klassieke zang bij Udo Reinemann aan de conservatoria van Utrecht, Amsterdam en Den Haag, waar hij deel uitmaakte van de opera academie. Tegelijkertijd studeerde hij aan het “Conservatoire de Metz”, waar hij een 2-jarige cursus voor het Duitse lied afsloot met een “Premier Prix”. Hij volgde masterclasses bij o.a. Charlotte Margiono, Robert Loyd, Jard van Nes, Peter Elkus, Christian Papis en James McCray.

In 1999 debuteerde hij in Duitsland als Guglielmo in “Cosi fan tutte” (Mozart) aan de Hamburger Kammeroper (reprise in 2000 en 2001). Bovendien werd hij door het ZAV geselecteerd voor de jaarlijkse jong talent audities in Saarbrücken.

Zijn debuut in Het Muziektheater te Amsterdam maakte hij als solist in het Kurt Weill-Project (o.a.“Happy End”, “Lost in the stars” en “Berliner Requiem”) van het Nationaal Ballet, choreografie Krysztof Pastor, met het Nederlands Balletorkest o.l.v. Thierry Fischer.

In “Le Nozze di Figaro” (Mozart) vertolkte hij in 2003 Figaro met Nuovo Musiche o.l.v. Eric Lederhandler, regie Alain Sachs tijdens een tournee door Frankrijk en België. (reprise 2005 in Nederland)

Zijn oratorium repertoire omvat werken als “Carmina Burana” (Orff), de Requiems van Brahms, Fauré, Mozart en Dvorak, “The Messiah” (Händel), “Die Jahreszeiten” en “Die Schöpfung” (Haydn), “de Messa di Gloria” (Puccini) en de Christus partij in de Mattäus- en Johannespassion (Bach).

Van 2004 tot 2010 was hij als bariton solist verbonden aan het theater Hagen (Duitsland) waar hij diverse rollen vertolkte als Il Conte d’Almaviva in “Le Nozze di Figaro (Mozart), Nick Shadow in “The Rake’s Progress” (Strawinsky), Don Carlos in “La Forza del Destino” (Verdi) Scarpia in “Tosca” (Puccini) Rigoletto in “Rigoletto”(Verdi), Germont in “La Traviata” (Verdi) en nog vele andere partijen.

In 2006 werd hij in de ‘Kritiker Umfrage’ door twee journalisten uitgeroepen tot beste ‘Nachwuchssänger’ (jong talent) van Nordrhein Westfalen voor zijn vertolking van Orest in “Elektra” (Strauss). In 2009 is hij wederom gekozen, dit maal voor de vertolking van Stanley Kowalski in “A streetcar named desire” als ook voor de beste zanger van Nordrhein Westfalen voor de rol van Rigoletto uit de opera “Rigoletto”.

In 2011 zong hij o.a. de rol van Ping in de opera Turandot aan de Nationale Opera van Polen, Warschau en in Theater Hagen (Duitsland) Dr. Falke in “Die Fledermaus”, Schaunard in “La Bohème” en Peter in “Hänsel und Gretel” (Humperdinck). In Vredenburg Ezio in Atilla (Verdi), Don Carlo in Ernani (Verdi) en Carmina Burana van Orff.

Voor 2012 heeft hij diverse operaengagementen, maar ook zingt hij dit najaar in het Concertgebouw o.a. het Requiem Verdi en de Petite Messe Solennelle van Rossini.