Szymanowski Stabat Mater

Karol Szymanowski – componist, pianist (1882 – 1937)

Karol Szymanowski stamde uit een welgestelde en kunstzinnige Poolse familie. Hij werd geboren op het familielandgoed Tymoszowka, in het Kiev district, het deel van Polen dat toen onderdeel was van het Russische Tsarendom (nu gelegen in Oekraïne). Zijn vader was een Poolse landeigenaar en zijn moeder Anna Taube, was van Zweedse adel. Hun vijf kinderen kozen de kunsten als beroep: ze werden pianist, zanger, dichter en kunstschilder. Door zijn slechte gezondheid kon de jonge Karol niet naar school. Hij kreeg thuis les van zijn gouvernantes. Muzikaal geschoold werd hij door zijn vader en door Gustav Neuhaus, zijn oom en directeur van een muziekschool.

In 1901 vervolgde Szymanowski zijn muzikale opleiding; eerst in Warschau, waar hij zich bekwaamde zich in contrapunt en harmonie, en daarna in Berlijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Tymoszowka.

Szymanowski reisde zijn hele leven lang door heel wat landen in Europa, Afrika en Amerika. Meestal in zijn hoedanigheid als componist en/of pianist. Hij ontmoette veel kunstenaars, zo ook componisten als Strauss, Debussy, Ravel en Reger. Szymanowski was een reiziger, hij was nooit een kosmopoliet.

Tijdens de bolsjewistische revolutie van 1917 leed men zwaar in Tymoszowka. De familie Szymanowski werd gedwongen naar Elisavetgrad te verhuizen en in 1919 tot verkoop van het familielandgoed over te gaan. Szymanowski maakte een nieuwe start in Warschau. Hij deelde zijn woonplaats Warschau met het door hem geliefde Zakopane, in het Poolse Tatra Gebergte. Hij verbleef daar voor zijn gezondheid en componeerde er o.a. zijn Stabat Mater. In zijn huis is nu het Szymanowski museum gevestigd.

In Warschau had hij veel succes en hij werd in 1927 directeur van het conservatorium en was van 1930-1932 rector van Hoge Muziekschool van Warschau. Vanwege de longziekte tuberculose waartegen hij zijn hele leven al streed en die nu terrein aan het winnen was, moest hij zijn positie opgeven. De daaropvolgende jaren was hij regelmatig voor optredens in het buitenland, ook in Amsterdam en Den Haag. Hij was toen al erg ziek en moest geregeld in een sanatorium in Zwitserland een kuur ondergaan. In de laatste periode werd hij verpleegd in Lousanne, waar hij stierf op de leeftijd van 55 jaar.

Stabat Mater

Szymanowski componeerde het Stabat Mater mede naar aanleiding van het verlies van zijn nichtje Alusia in januari 1925. Hij hoopte met dit werk, de muzikale verbeelding van de rouwende moeder, zijn zus troost te kunnen bieden.

De hernieuwde onafhankelijkheid van Polen stimuleerde hem om een aantal werken te componeren met een duidelijk Poolse inslag. Ook in dit Stabat Mater zijn Poolse volksmelodieën terug te vinden. En hij koos ervoor om niet de oorspronkelijke Latijnse tekst te gebruiken, maar de Poolse vertaling door zijn tijdgenoot, de dichter Czeslaw Jankowski.

De eenvoud van de muziek en de invloeden van volkse klanken spreken sterk tot het hart van de luisteraar.

De cantate is geschreven voor sopraan, alt, bariton, gemengd koor en orkest. Met het verdelen van de twintig-strofen-tellende tekst in afzonderlijke segmenten, creëerde Szymanowski een cantate in zes delen. Hij maakte een onderscheid tussen de emotionele nuances van de verschillende bewegingen, variërend in een selectie van solostemmen (sopraan, alt, bariton), de stemmen van het koor (vrouwenkoor of gemengd koor) en de orkestrale krachten.

Stabat Mater werd begin van 1926 voltooid en voor het eerst in januari 1929 door de Warsaw Philharmonic uitgevoerd. Szymanowski lag toen in een sanatorium in Edlach in Oostenrijk. Via de radio heeft hij deze première beluisterd.

Louise Hesp en Ella Figurska