De Vier Jaargetijden

De concerten werden in 1725 voor het eerst gepubliceerd in een bundel van twaalf concerten, genaamd Il Cimento dell’armonia e dell’inventione (De Krachtmeting van Harmonie en Inventie). De eerste vier concerten werden vernoemd naar een seizoen. Elk concert bestaat uit drie delen, met een langzaam middendeel en twee snellere hoekdelen.

Vivaldi schreef voor elk seizoen een sonnet.

Het toekennen van de seizoenen aan de vier concerten maakt De vier jaargetijden tot een van de eerste programmatische werken. In de partituur staan op diverse plekken aanduidingen die deze programmatische opzet verduidelijken en deze in de uitvoering ondersteunen, zoals de plekken waar het blaffen van de hond, het onweer, en diverse vogelgeluiden worden aangegeven. Mede door de vernieuwende melodieën, harmonische contrasten en de helderheid van het stuk werd het bekend.

Het lente en zomerdeel zal worden uitgevoerd door het orkest.

Concerto Nr. 1 in E majeur, Op. 8, RV 269, “La primavera” (Lente)
Allegro
Largo e pianissimo sempre
Danza Pastorale: Allegro

Concerto Nr. 2 in g mineur, Op. 8, RV 315, “L’estate” (Zomer)
Allegro non molto
Adagio e piano – Presto e forte
Tempo impettuoso d’Estate

Concerto Nr. 3 in F majeur, Op. 8, RV 293, “L’autunno” (Herfst)
Allegro
Adagio molto
La Caccia

Concerto Nr. 4 in f mineur, Op. 8, RV 297, “L’inverno” (Winter)
Allegro non molto
Largo
Allegro