Om deze website goed te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Akkoord

4-daagse Concertreis naar ROUEN EN CAEN

Inclusief (onder voorbehoud van wijzigingen):

Concerten

  • Concert in de Eglise Saint Godard in Rouen
  • Optreden tijdens kerkdienst in Caen

Organisatie

  • Publiciteit van het concert
  • Intermediair tussen koor en kerkbestuur t.b.v. het optreden tijdens de kerkdienst
  • Vier vocale solisten
  • Huur vleugel

Toeristisch programma

  • Stadswandeling Rouen
  • Bezoek Invasiestranden bij Arromanches
  • Bezoek tapijtmuseum in Bayeux

Uitvoering reis

  • Per luxe touringcar (keurmerk busbedrijf) voorzien van WC, Koffie- en drankenbar, Airco etc.
  • Verblijf 3 nachten in ***hotel in Rouen in 2-persoons kamers met douche en toilet.
  • Verzorging Half pension, vanaf het diner op de 1e reisdag t/m het diner op de laatste reisdag

Reissom: € 450,= p.p.

Periode: Vrijdag 2- t/m maandag 23 september 2013

Aantal reisdeelnemers: 100-120 personen

 


Rouen

Door Thea Palermo

Rouen is ontstaan in de Gallo-Romeinse periode. Het was de hoofdplaats voor de stam van de Veliocasses die in de vallei van de Seine woonden in een gebied dat zich uitstrekte tussen Caudebec-en-Caux en de Pontoise. De stad zelf werd onder de heerschappij van de Romeinse keizer augustus gesticht op de rechteroever van de Seine. Ze was de op één na belangrijkste stad van Gallië na Lugdunum (Lyon). In de 3e eeuw kende de Gallo-Romeinse stad haar grootste bloei en werd het een bisschopszetel.

Rouen 1

Middeleeuwen

In de eerste helft van de 9e eeuw werd de streek rond Rouen geteisterd door invallen van de Noormannen. Door het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 werd Rollo, hoofdman van de Noormannen de eerste hertog van Normandië. Hij maakte Rouen de hoofdstad van de regio.

In 1150 kreeg Rouen stadsrechten. In 1200 werd de Romaanse kathedraal verwoest door een grote brand. Het zou verscheidene eeuwen door voor de nieuwe gotische kathedraal was voltooid. In 1205 lijfde Filips II August Rouen en de rest van het hertogdom Normandië in; het behoorde sindsdien aan de Franse kroon. Het werd een belangrijk en bloeiend handelscentrum. Van hier werden wijn en graan via de Seine over Het Kanaal naar Engeland verscheept. Wol kwam van Engeland om verwerkt te worden tot laken. In 1348 werd Rouen getroffen door de Zwarte Dood waardoor de bevolking gedecimeerd werd. Na een opstand van de bevolking ontnam Karel VI de stad haar stadsrechten. Rouen zou die pas 300 jaar later terugkrijgen. In 1382 vond opnieuw een belangrijke opstand van de inwoners plaats, de Harelle, die op een hardhandige manier onderdrukt werd door de troepen van de Franse koning. Rouen verloor wederom haar stadsrechten, de belastingen worden verhoogd en de stad verloor haar verworven monopolie over de handel en het vervoer via de Seine.

Midden in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) viel de stad op 19 januari 1419, na een belegering van 6 maanden en een periode van acute hongersnood in handen van de Engelse koning Hendrik V. De overgave gebeurde niet zonder slag of stoot; sommige burgers verzetten zich. Alain Blanchard leider van het verzet werd opgehangen, de kanunnik van Rouen Robert de Livet excommuniceerde de Engelse koning en moest hiervoor een gevangenisstraf van 5 jaar uitzitten in een Engelse kerker. Rouen zou de daaropvolgende 30 jaar in het bezit van de Plantagenets blijven.

Rouen 2De stad werd het nieuwe machtsbastion van de Engelsen in het bezette deel van Frankrijk. In mei 1430 verkocht de hertog van Bourgondië Jeanne d'Arc voor 10 000 Franse daalders aan Jan van Bedford, die haar liet opsluiten in de gevangenis. Tegen de jonge vrouw werd een religieus proces aangespannen wegens ketterij. Zo verloor de Franse koning Karel VII zijn recht op de Franse troon en kon de jonge Engelse koning Hendrik VI hier aanspraak op maken. Onder leiding van Pierre Cauchon, de bisschop van Beauvais en de voorzitter van de inquisitierechtbank werd Jeanne ter dood veroordeeld. Op 30 mei 1431 stierf ze op de brandstapel op de Place du Vieux-Marché in Rouen. In 1449, 30 jaar na de Engelse bezetting, heroverde Karel VII de stad.

Renaissance

In de 16e eeuw kende Rouen een periode van relatieve rust en welvaart. Er werd opnieuw veel gebouwd in de stad. Saint-Maclou, met de bouw waarvan was begonnen tijdens de Engelse bezetting, werd voltooid, evenals het schip van Saint-Ouen voltooid. Gebouwen verrezen in de voor Rouen zo kenmerkende flamboyante stijl. In 1506 huldigde Lodewijk XII het nieuwe justitiepaleis in. Met het mecenaat van aartsbisschop Georges d'Amboise werden Italiaanse ambachtslui en kunstenaars aangetrokken. Hij introduceerde de Italiaanse architectuur en zo werd Rouen een van de pionierssteden op gebied van architectuur in Frankrijk in het begin van de 16e eeuw. Op economisch vlak ging het Rouen ook voor de wind. De haven en de tolheffing op zout, vis, wol en andere producten via de Seine brachten veel geld op. Er was ook een bloeiende handel met de Nieuwe Wereld. Vissers brachten haring mee uit de Oostzee en kabeljauw uit Newfoundland. Uit Brazilië voerden schepen exotische goederen aan, vooral kleurstoffen voor de lakennijverheid die naar heel West-Europa exporteerde.

Rouen 3Van 1530 af bekeerde een kwart van de bevolking zich tot de protestante godsdienst zoals die door Calvijn gepredikt werd. De calvinisten vormen dus een minderheid in de stad. In 1560 liepen de spanningen tussen de katholieken en de protestanten hoog op. De slachtpartij van Vassy in 1561 vormde het begin van de eerste godsdienstoorlog. Op 19 april 1562 bezetten de protestanten het stadhuis en joegen ze de baljuw en de katholieke gemeenteraadsleden weg. De katholieken namen Fort Saint-Catherine in, dat op een heuvel de stad domineerde. Beide kampen stonden elkaar naar het leven. De protestanten riepen de hulp in van de Engelse koningin Elizabeth I. Engelse troepen landden in Le Havre om de protestanten te helpen en namen op 26 oktober 1562 Rouen in. Gedurende drie dagen plunderden ze de stad. Na het nieuws over het bloedbad van de Bartholomeusnacht in augustus 1572 doken veel protestanten onder; ze lieten zich vrijwillig opsluiten in de gevangenis om te ontsnappen aan de volkswoede. Een opgehitste menigte drong echter de gevangenis binnen en maakte alle protestanten af. 

 

Tweede Wereldoorlog

In juni 1940 bliezen de inwoners zelf de bestaande bruggen en een deel van de haven op om te verhinderen dat de Duitsers Rouen zouden innemen. Tevergeefs, de Duitsers trokken met hun tanks de stad binnen. In de stad woedde ondertussen een inferno; de kathedraal stond in brand en in de wijk eromheen gingen prachtige vakwerkhuizen in vlammen op. Na 10 dagen doofde de brand langzaam uit. Tussen 1941 en 1942 werd de stad regelmatig gebombardeerd door Britse bommenwerpers; de schade is telkens aanzienlijk. In de nacht van 18 op 19 april van 1944 werd het centrum van de stad opnieuw getroffen door zo'n 350 zware bommen. Er woedde een nieuwe brand waarbij honderden burgerslachtoffers vielen en meer dan 500 gebouwen werden verwoest. Ook het justitiepaleis ging in vlammen op. Nauwelijks een maand later, op 30 mei 1944, werd de stad opnieuw zwaar gebombardeerd. De kathedraal viel weer ten prooi aan de vlammen en de architecturale schade was groot. De inwoners probeerden de hele de nacht het vuur te blussen. De kathedraal kon gered worden maar de Saint-Maclou (kerk) werd in as gelegd. Na de landing van de geallieerden zaten de Duitse troepen nog altijd in de stad. De bruggen over de Seine waren opgeblazen en ze konden niet weg. Op 30 augustus werden de Duitsers door de Canadezen definitief uit de stad verjaagd; voor hun aftocht staken ze nog de haveninstallaties in brand. De tol na de oorlog was hoog; meer dan 3.000 personen waren omgekomen en 10.000 huizen waren in as gelegd.

Tapijt van Bayeux

Het tapijt van Bayeux is een borduurwerk van 70 meter lang en 50 cm hoog, dat de geschiedenis uitbeeldt van de slag bij Hastings in 1066. Hierbij viel Willem de Veroveraar vanuit Normandië Engeland binnen en versloeg hij de Angelsaksische koning Harold. Het tapijt is vernoemd naar de stad Bayeux in Frankrijk en werd vermoedelijk vervaardigd in 1068.

Het tapijt is gemaakt van linnen, geborduurd met gekleurde wol. Het laat zich lezen als een stripverhaal: in een groot aantal scènes worden de voorgeschiedenis, inscheping, landing, en de slag zelf behandeld. Er staat ook een beknopte Latijnse uitleg bij. Een van de beroemdste scènes is degene die lange tijd is benoemd als die waarin koning Harold een pijl in zijn oog krijgt en sneuvelt. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de figuur die meer waarschijnlijk als Harold moet worden geïdentificeerd, degene is die rechts naast de Normandische krijger met paard op de grond valt en tevens het Angelsaksische teken van koninklijke waardigheid, de tweehandbijl of Daneaxe laat vallen.

Rouen 4Het is waarschijnlijk dat er een aantal meters aan het eind ontbreken waarin Willem in Westminster Abbey tot koning van Engeland wordt gekroond. Het wandkleed stamt uit de tijd kort na de slag (mogelijk slechts een paar jaar later) en is een belangrijke bron van geschiedkundige informatie, ook over wapens, kleding, zeden en gewoonten uit die tijd. Hoewel het door de tand des tijds hier en daar beschadigd is en op vele plaatsen is gerepareerd, is het over het geheel genomen zeer goed bewaard gebleven. Het is waarschijnlijk in Engeland gemaakt op bestelling van bisschop Odo (een halfbroer van Willem) die na de overwinning tot Graaf van Kent werd benoemd, om de glorieuze overwinning te memoreren.

Het tapijt van Bayeux toont een komeet die in 1066 verscheen. Dat kan heel goed de Komeet Halley zijn geweest. Het zou hier om de oudste nog bekende waarneming van de komeet in Europa gaan.

Het tapijt door de eeuwen heen

Het tapijt van Bayeux maakt deel uit van de schat van de kathedraal van Bayeux en heeft vele gevaren doorstaan: branden in de 12e eeuw, plunderingen en vernielingen tijdens de Honderdjarige Oorlog, de godsdienstoorlogen en de Franse Revolutie. In november 1803 werd het tapijt voor het eerst uit Bayeux gehaald en tentoongesteld in het Louvre. Na enige tijd kwam het weer terug naar Bayeux, om daar sinds 1842 tentoongesteld te worden. Eén uitzondering hierop is dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog in het kasteel van Sourches (departement Sarthe) veilig werd bewaard. Na wederom een tussenstop in het Louvre gemaakt te hebben, keerde het in maart 1945 terug naar Bayeux. Tegenwoordig is het tapijt te bezichtigen in een speciaal daarvoor ingerichte gang in het voormalige Groot-Seminarie, een groot bouwwerk uit de 17e eeuw.

Rouen 5