Om deze website goed te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Akkoord

Weihnachtsoratorium - Bach (deel 1 en 2)
Stella Natalis - Jenkins

10 december 2017, 20:15, Het Concertgebouw Amsterdam

Johann Sebastian Bach:

Weihnachtsoratorium

Karl Jenkins:

Stella Natalis

Het Amsterdams Gemengd Koor

Martina Prinssopraan

Mirjam SchreurMezzosopraan

Jeroen de VaalTenor

Berend EijkhoutBariton

 

m.m.v.

Thomas PietTrompet

Dorine DiemerPiano

Jaap ZwartOrgel

Rob NederlofKlavecimbel

Het Promenade Orkest

Dirigent

Paul Valk

Bezoekers

Een kaartje kostte € 39.5. Een kaartje met korting (CJP, 65+ e.d.) kostte € 39.5. Er was een mogelijkheid om een passe-partout te kopen.

Martina Prins

De Nederlandse sopraan Martina Prins studeerde aan de Nieuwe Opera Academie in Den Haag en won in 2003 een beurs van de Bayreuther Festspiele en een beurs voor buitenlandse studie. Haar eerste rol vertolkte Martina Prins tijdens haar studie in 2001. Zo speelde ze Donna Anna in Mozarts Don Giovanni in Den Haag. Deze uitvoering legde de basis voor haar verdere carrière.

Vast onderdeel van Martina’s repertoire is het werk van Richard Wagner en zong zodoende bij verschillende operahuizen in opera's van deze componist. Zo zong ze ondermeer bij De Nationale Opera in hun productie van Der Ring des Nibelungen.

Recent vertolkte Martina Prins de rol van Ortlinde in de Walküre-productie van De Nationale Opera onder Hartmut Haenchen en Isolde op de Tiroler Festspiele. Verder zowel Mutter als Knusperhexe in een nieuwe productie van Humperdincks Hänsel und Gretel in Rosenheim bij München, onder regie van Philipp Harnoncourt. Zij zong tijdens een tournee door Duitsland en Nederland van Rheingold op de Rijn de rol van Freia. En verder zong zij in Nederland de rol van Judith van Bartóks Hertog Blauwbaards burcht met het Noord Nederlands Orkest o.a. in De Doelen Rotterdam en met dirigent Ken-Ichiro Kobayashi met Mahler 3 en Hans Kox' Anne Frank Cantate met het Nederlands Philharmonisch Orkest in Het Concertgebouw.

<p.In 2016 zong zij o.a. Verdi en Wagner met het Brandenburgische Staatsorchester Frankfurt en in de productie Dr. Miracle’s Last Illusion bij Opera2Day die in het najaar 2016 en voorjaar 2017 langs alle grote theaters trok.

Mirjam Schreur

De Nederlandse mezzosopraan Mirjam Schreur studeerde solozang en muziekdrama aan het Conservatorium Maastricht bij Barbara Schlick . In 2000 behaalde zij haar tweede fase-diploma’s. Daarna zette zij haar opleiding voort bij de bekende mezzosopraan Jard van Nes, die haar nu nog steeds coacht. Ook volgde ze masterclasses en speciale cursussen bij onder anderen Roberta Alexander en Gerhard Darmstadt.

In april 2002 won Mirjam Schreur de 3e hoofdprijs in het internationale zangconcours “Debüt in Meran” in Italie, na volgens de jury uitstekende prestaties op het gebied van zowel de opera, het lied als het oratorium. Tijdens het galaconcert voor de finalisten maakte ze haar televisiedebuut bij de Italiaanse Rai. Sindsdien zong ze als operazangeres de hoofdrol van Orfeo in de opera Orfeo ed Euridice van Gluck en de rol van Marcellina in de opera Le Nozze di Figaro van Mozart in het stadtheater van Merano te Italie olv. Richard Sigmund en Thomas Koncz.

Ook haar carrière als oratorium/concertzangeres ontwikkelt zich gestaag. Met het Limburgs Symfonie Orkest voerde ze in 2011 verschillende werken uit; de Matthäus Passionen serie olv Paul Goodwin, de Missa Solemnis van Beethoven olv Roberto Rizzi-Brignoli en de concertserie Messiah’s olv Kynan Johns. Eveneens maakte Mirjam dat jaar haar debuut in het Paleis voor de Schone Kunsten te Brussel; Ze soleerde in de Psalm 137 van Liszt uitgevoerd met het professionele kamerkoor Studium Chorale olv Hans Leenders en geregistreerd door Klara radio. In 2011 voerde Mirjam een concertserie van de Tweede Symfonie van Mahler uit olv Manon Meijs.

Bij De Nederlandse Bachvereniging zong ze olv Jos van Veldhoven de premiere van Der Tod Jesu van C.E. Graaf tijdens de Nederlandse Muziekdagen en in de concertserie “ Muziek voor Vorstenhuizen”, waarin cantates van Bach ten gehore werden gebracht.

In 2009 en 2010 was Mirjam te horen in de Matthäus Passionen-series met het Limburgs Symfonie Orkest beide keren olv Ed Spanjaard.

Inmiddels heeft ze een breed repertoire opgebouwd, waarin alle stijlperiodes (barok, klassiek, romantiek, 20-ste eeuws en eigentijds) vertegenwoordigd zijn. In hedendaags repertoire zong ze o.a de wereldpremieres van Cantico Espiritual van Jo van de Booren tijdens Musica Sacra en Cantate Domino van Werner Jacob in Nürnberg.

Jeroen de Vaal

Jeroen de Vaal studeerde aan het conservatorium te Utrecht bij Eugénie Ditewig en volgde daar de operaklas bij Monique Wagemakers en Jan Slothouwer. Na zijn studie volgde hij lessen bij Eric Tappy te Lausanne en bij Marcel Reijans. Masterclasses volgde Jeroen onder meer bij Jard van Nes, Udo Reinemann en Jon Thorsteinsson. Op dit moment wordt hij gecoacht door de tenor Valentin Jar.

In seizoen 2011-2012 zong hij onder andere de rol van Carlo in “Der Turm” (Claude Lenners) aan het Grand Théâtre van Luxemburg onder leiding van Jean Deroyer, Orfeo (pastore/spirito/eco) in Theater an der Wien, gedirigeerd door Ivor Bolton en zong Jeroen in Parsifal (4. Knappe) in bij DNO, met het Koninklijk Concertgebouworkest, onder leiding van Ivan Fisher en in de regie van Pierre Audi.

Dit seizoen staat onder meer een productie in België en Frankrijk op het programma, Princesse Turandot, geproduceerd door Walpurgis en geregisseerd door Judith Vindevogel en zal hij wederom te horen en te zien zijn in een productie van De Nederlandse Opera, Die Meistersinger von Nürnberg, gedirigeerd door Marc Albrecht en geregisseerd door David Alden.

Jeroen is een veelgevraagd concertzanger en is dan ook regelmatig te horen in J.S. Bach’s Passionen en Cantaten, de Hohe Messe en het Weihnachts-oratorium. In 2011 werd hij uitgenodigd in Slovenië voor “Die Jahreszeiten” van Haydn met het Slovenian RTV Orchestra. Op het gebied van kamermuziek maakt Jeroen deel uit van Frommermann en samen met pianiste Shuann Chai en sopraan Tamar Niamut geeft Jeroen regelmatig concerten met diverse lied programma’s.

bron: Kox Vocaal

Berend Eijkhout

Berend Eijkhout (1989) is een veelzijdige bariton met een helder geluid en een warme laagte. Hij studeerde in mei 2016 met een 9 af aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, bij Frans Fiselier en Gerda van Zelm. Daarnaast volgde hij lessen en masterclasses bij Nadine Secunde, Albert Bonnema, Michael Chance, Frans Huijts, Johannette Zomer en Marcel Reijans. Momenteel wordt hij gecoacht door Frans Fiselier en Nadine Secunde.

Berend werd al tijdens zijn studie een veelgevraagd solist in het concertrepertoire. Zijn repertoire bevat Bach (Johannes-Passion, Weihnachtsoratorium, Hohe Messe, Magnificat en diverse cantates), Händel (Messiah), Mozart (Requiem, diverse missen), Haydn (Schöpfung, Nelsonmis), Fauré (Requiem) en Rossini (Petite Messe Solennelle).

Hij soleerde onder andere met het Orkest van de Achttiende Eeuw, Promenade Orkest, Nieuw Bach Ensemble en The Northern Consort. Dirigenten met wie hij heeft gewerkt zijn Marcus Creed, Antony Hermus, Peter van Heyghen, Fabio Bonizzoni, Béni Csillag, Gilles Michels, Krijn Koetsveld en Paul Valk. Sinds 2015 heeft Berend zijn eerste stappen gezet op het pad van de opera. In de zomer van 2015 was hij te horen als Figaro in de Barbier van Sevilla, bij het Franse Opéra Mosset. Op het conservatorium zong hij in projecten de rollen Plutone (l'Orfeo, Monteverdi) en Tempo (Il ritorno di Ulisse in patria). Hij is verbonden aan het jonge operacollectief B.O.O.M!, waarmee hij Conte zong in een verkorte versie van Le Nozze di Figaro (regie: Kenza Koutchoukali) en in 2016/2017 Papageno zal zingen in Die Zauberflöte, in een regie van Timothy Nelson.

Als liedzanger werkte Berend samen met pianisten Andrea Vasi en Eugenie van der Meulen. Hij heeft een grote liefde voor het Engelse kunstlied. Berend werd gecoacht door Han Louis Meijer en volgde masterclasses van Marcel Reijans en Johannette Zomer. Hij werd geselecteerd om een masterclass van Elly Ameling te volgen in Duits en Frans liedrepertoire. In 2017 is hij onder andere te horen met mezzosopraan Nina van Essen en pianiste Rixt van der Kooij in een programma met ballades van Loewe, Schubert en Weber.

Ook contemporaine muziek heeft zijn interesse. In het najaar van 2015 was hij understudy bij Opera2day voor de rol van Oom in de opera Mariken in de Tuin der Lusten, van Calliope Tsoupaki. In juni 2016 vertolkte hij de rol van Jup in Who's afraid of Orfeo?, een opera van Chiel Meijering op libretto van Piet Gerbrandy. Dit was in een regie van Xander Straat, met Orkest de Ereprijs onder leiding van Wim Boerman. Met ditzelfde orkest zong hij al eerder, bij de Young Composers Meeting in Apeldoorn. Eveneens in juni 2016 vond de première van All Rise! plaats, een opera van Jan Peter de Graaff, geregisseerd door Kenza Koutchoukali, waarin Berend de rol had van Jean.

Op zijn eindexamen in mei 2016 zong Berend een stuk over de problematische houding van Europa ten opzichte van vluchtelingen, dat voor hem is geschreven door Georgi Sztojanov. Berend is als ensemblezanger verbonden aan het Nieuw Nederlands Vocaal Ensemble en het Laurenscollegium Rotterdam. Daarnaast heeft hij een praktijk aan huis als zangdocent van gevorderde amateurs.

Bron: berendeijkhout.nl/

Thomas Piet

Thomas Jo Piet (1987) studeerde hoofdvak trompet bij Theo Wolters (Koninklijk Concertgebouworkest) aan het conservatorium van Amsterdam. In 2007 heeft Thomas een 2e plaats behaald bij “The International Brass Competition” in Timisoara, Roemenië. Vanaf 2003 soleerde hij regelmatig met het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest, februari jongstleden bracht Thomas met dit orkest het voor hem gecomponeerde trompetconcert van Rob Goorhuis in première. Vanaf 2007 is Thomas flink actief in de orkestbakken van de grote Theaters in binnen en buitenland met Musicalproducties van voornamelijk Stage Entertainment van Joop van den Ende. Sinds enkele jaren is Thomas de vaste solo trompettist bij Het Promenade Orkest, een orkest dat veel koorbegeleidingen doet. Hij remplaceert regelmatig bij o.a. Het Orkest van het Oosten, Holland Symfonia, Het Noord Nederlands Orkest en De Marinierskapel der Koninklijke Marine. Tevens vervulde hij de 1e trompetplek bij het Nationaal Jeugd Orkest in de zomer van 2007. Als docent is Thomas actief bij Muziekvereniging Olympia - Con Brio Monnickendam en Muziekvereniging De Eendracht, Den Ilp.

Enkele grote Musicalproducties waar Thomas aan heeft meegewerkt zijn:
Evita 2007 - 2009, Dirty Dancing 2008 - 2009, Les Misérables 2008 - 2009, Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat 2008 - 2010, Mary Poppins 2010 - 2011, De Soldaat van Oranje 2010 - Heden, Miss Saigon 2011 - Heden

Binnenkort werkt Thomas mee aan de voorstelling: "Circus Boemtata" van Stichting CliniClowns Nederland.

Dorine Diemer

Dorine Diemer werd op 21 juli 1982 geboren te Utrecht. Haar eerste pianolessen kreeg ze van
Reinier van der Sandt en vijf jaar later werd ze toegelaten tot het voorbereidend traject van het
Conservatorium van Amsterdam, waar ze les kreeg van Marjes Benoist en Marcel Baudet. Ze trad
daar op in verschillende concerten van de afdeling Jong Talent en speelde het pianoconcert van
Schumann met orkest.
Vanaf 2003 studeerde Dorine bij de Noorse pianist Håkon Austbø, bij wie ze haar voorkeur voor
muziek uit de twintigste eeuw, in het bijzonder Ravel, Debussy en Messiaen, ontwikkelde. In 2006
studeerde ze zeer succesvol af, waarna zij met beurzen van o.a. het Prins Bernhard Cultuurfonds en
het VSB-fonds in Londen haar studie vervolgde aan de Guildhall School of Music & Drama bij
Martin Roscoe en Ronan O'Hora.

Dorine heeft deelgenomen aan verschillende festivals en zomeracademies, zoals het Oxford
International Piano Festival en de Engadiner Klavierakademie in Zwitserland. Ze werkte samen met
de Amerikaanse componist John Adams en volgde masterclasses bij o.a. Peter Feuchtwanger, John
Bingham en Menahem Pressler en voor liedbegeleiding bij Graham Johnson.

Tijdens en na haar studie trad Dorine als solist en in kamermuziekverband op in verschillende zalen
in binnen- en buitenland en speelde ze in meerdere ensembles voor moderne muziek. Daarnaast
werkt ze graag met zangers en koren en is ze sinds 2010 vaste repetitor van het Amsterdams
Gemengd Koor.

Naast haar muzikale activiteiten volgt Dorine de Research Master Linguistics aan de Universiteit
van Amsterdam.

 

Jaap Zwart

Al jaren is hij een van de vaste begeleiders van het AGK. Tijdens concerten bespeelt hij meestal het orgel, maar hij vervangt ook, indien nodig, Paul Valk als repetitor. Zijn muzikale opleiding kreeg hij in eerste instantie van zijn vader. Daarna studeerde hij aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam. Simon C. Jansen verzorgde zijn orgelopleiding. Hij is organist in Zwolle, Hattem en Harderwijk. Regelmatig treedt hij in binnen- en buitenland op als solist; ook maakte hij meerdere cd's. Hij is docent aan het conservatorium in Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, waar hij onder meer les geeft aan de Nederlandse Beiaardschool.

meer info: www.jaapzwart.nl

Rob Nederlof

Rob Nederlof studeerde orgel (bij Maurice Pirenne), piano (bij Alexadru Hrisanide) en klavecimbel (bij Gerard Dekker) aan het Brabants Conservatorium. Hij sloot zijn drie studies af met het behalen van de diploma’s Docerend Musicus en Uitvoerend Musicus. Rob Nederlof volgde diverse meestercursussen in binnen- en buitenland o.a. bij Bernard Lagacé, Albert de Klerk, Piet Kee, Luigi Tagliavini. Tevens studeerde hij bij Prof. Gisbert Schneider aan de Folkwang Hochschule te Essen (Duitsland). Hij concerteerde in vele belangrijke concertzalen en kerken in heel Europa (onder andere Smetana-zaal Praag, Berliner Dom, Thomaskerk Leipzig, St. Bavokerk Haarlem, Hofkapel Schönnbrun , Dom van Salzburg Wenen, Concertgebouw Amsterdam).

Ook heeft hij meegewerkt aan een groot aantal CD-opnames en is hij regelmatig te beluisteren en te zien op radio en televisie. Rob Nederlof is docent aan het Factorium Tilburg, Podiumkunsten en is organist van de Heuvelse kerk en Petrus en Paulus kerk te Tilburg en van de Sint Jan in Goirle.

Johann Sebastian Bach

 Johann Sebastian Bach (Eisenach, 21 maart 1685 - Leipzig, 28 juli 1750) was een Duits organist, componist, klavecinist, violist, muziekpedagoog en dirigent van barokmuziek. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de gehele geschiedenis van de klassieke muziek en geldt voor zeer velen als geniaal.

Weihnachtsoratorium

Dit naar alle waarschijnlijkheid in 1734 gecomponeerde werk bestaat uit zes zelfstandige cantates, bestemd voor de godsdienstoefeningen op de feest-dagen in de tijd van Kerstmis tot Driekoningen (drie kerstdagen, Nieuwjaars-dag, de eerste zondag na Nieuwjaar en Epiphaniënzondag). Op deze laatste dag, eigenlijk het feest van de verschijning des Heren, wordt de komst van de drie wijzen uit het Oosten herdacht en dit verhaal heeft dan ook de stof voor de zesde cantate geleverd.

Uit het bovenstaande moge blijken dat Bach het werk niet heeft gecomponeerd met de bedoeling dat het ooit als één geheel uitgevoerd zou worden. Het is daarvoor trouwens te lang en men beperkt zich daarom meestal tot drie of vier van de zes delen. De muziek bestaat uit koren, aria’s en recita-tieven, alles door een orkest begeleid.

Het evangelieverhaal wordt volgens de tekst van Lucas 2 en Mattheüs 2 als recitatief door een tenor, de evangelist voorgedragen. Ook zingt de tenor enkele aria’s. Van de overige drie solisten heeft de alt de belangrijkste partij, hoewel zij in de vierde en zesde cantate geen aandeel heeft.

Verscheidene gedeelten van dit werk zijn door Bach aan vroegere composities ontleend: aan wereldlijke cantates en aan werk dat hij had geschreven ter gelegenheid van een koninklijk bezoek aan Leipzig. Al is veel van deze muziek oorspronkelijk dus niet voor gebruik in de eredienst geschreven, toch wordt de vreugdevolle stemming van de kersttijd er ten volle in tot uitdrukking gebracht.

Na het imposante inleidingskoor van de eerste cantate vangt de evangelist aan met de bekende woorden van Lucas 2: “En het geschiedde in die dagen ….”. In aria’s en koralen wordt dan de menswording van Christus bezongen, het wonder, waar de mensheid vol deemoed en ontroering tegenover staat.

De tweede cantate, die als mooiste en belangrijkste van alle beschouwd mag worden, begint met een inleiding voor orkest, Sinfonie genaamd. Deze pastorale verplaatst ons in gedachten naar de plek waar in de heilige nacht de engelen neerdaalden om aan de herders de blijde boodschap te brengen. Daarvan vertelt ook de evangelist.
Dit gedeelte spreekt van de vervulling van de belofte die reeds aan Abraham gegeven was. Vol vreugde en lieflijkheid zijn de taferelen die hier muzikaal geschilderd worden, met de aria “Schlafe, mein Liebster” als hoogtepunt.

In de derde cantate wordt het bezoek van de herders aan het Christuskind beschreven. Diepe dankbaarheid voor hetgeen Jezus, door zijn komst op aarde, voor de mensheid heeft gedaan wordt vertolkt.

De vierde cantate begint met de herinnering aan de dag waarop het kind zijn naam ontving. Dit gedeelte is geheel gewijd aan het bezingen van de zoetheid van de naam van Hem, die voor de mens een toevlucht wil zijn in leven en sterven. Vooral het antwoord daarop: de tenoraria “Ich will nur dir zu Ehren leben” is een van de fraaie hoogtepunten van deze cantate.

De vijfde cantate verhaalt van het bezoek van de drie wijzen aan Herodes. De woorden “Wij hebben Zijn Ster gezien” geven aanleiding tot bespiege-lingen over het licht dat met Jezus op aarde verschenen is, en stelt tegen-over het vragen en zoeken der wijzen de zekerheid dat Hij reeds gekomen is.

De zesde cantate verhaalt hoe de wijzen na hun bezoek aan Herodes naar Bethlehem reisden, daar het Kind vonden en er hun geschenken brachten. Telkens wordt er in dit deel op gewezen, dat de vijandige machten het Christuskind geen schade kunnen toebrengen, maar ook de gelovige – die zich onder Zijn bescherming stelt – niet kunnen deren. Treffend wordt dit vooral uitgesproken wanneer de vier solisten zich in het recitatief (vooraf-gaand aan het slotkoraal) tot een solokwartet verenigen.

De muziek moge overigens voor zichzelf spreken!
Alleen valt nog te wijzen op enkele bijzonder mooie gedeelten die tot nu toe nog niet genoemd zijn: de alt-aria no. 4 met de prachtige tegenmelodie van de hobo; de tenor-aria no. 15 met fluitsolo en het koor no. 21; het duet no. 29 van sopraan en bas.

Grote koraalbewerkingen, zoals bijvoorbeeld in de Mattheüs Passion, komen in dit oratorium niet voor. Maar de eenvoudige, door het koor vierstemmig gezongen, koralen zijn van een aangrijpende schoonheid.

Tekst: Louise Hesp
 

Karl Jenkins

Karl Jenkins is geboren te Wales op 17 februari 1944.

Jenkins' vader was behalve leraar ook organist en dirigent en gaf zijn zoon een brede muzikale opvoeding. Karl Jenkins werd zodoende de hoboïst van het National Youth Orchestra of Wales, waarna hij muziek ging studeren aan de universiteit van Cardiff en de Royal Academy of Music in Londen.

In beperkte kringen werd Jenkins beroemd als een jazz- en rockmuzikant, die zich vooral bezighield met de bariton- en sopraansaxofoon, verschillende toetsinstrumenten en de hobo. Hij voegde zich bij de jazzgroep van Graham Collier en werd later mede oprichter van Nucleus, een baanbrekende jazzband die in 1970 de prestigieuze eerste prijs op het Montreux Jazz Festival binnenhaalde. Tussen 1972 en 1984 speelde Jenkins toetsen en rietblazers in de band Soft Machine. Het eerste album dat hij met deze band maakte, Six was direct een succes, en zorgde ervoor dat de band in 1973 de Melody Maker British Jazz Album of the Year Award in ontvangst mocht nemen. Bovendien won Jenkins in 1974 de Melody Maker-award in de categorie Miscellaneous musical instrument. Tussen 1976 en 1984 had Jenkins de leiding binnen Soft Machine.

Na de opsplitsing van Soft Machine richtte Karl Jenkins zich samen met Mike Ratledge, die hij kende uit Soft Machine, vooral op het componeren van reclamemuziek. Eén van zijn bekendste werken is het klassieke thema dat hij schreef voor een reclamecampagne van De Beers, een groot diamantbedrijf. Dit thema werd in 1996 de titeltrack van Jenkins' gevarieerde Diamond Music-project. Tegenwoordig is Karl Jenkins ook samen met zijn zoon, Jody K Jenkins, actief in de reclame. Zo hebben zij de muziek geschreven van onder andere een McDonald's- en een BMW-reclame.

In 1995 maakte Karl Jenkins een begin aan zijn crossover-project Adiemus, met het album Adiemus: Songs of sanctuary. Dit project is gebaseerd op klassieke muziek, maar is erg gevarieerd. Zo zijn er invloeden van jazz in te herkennen, maar ook van klezmer en de azan, de muzikale oproep tot gebed binnen de Islam. Inmiddels zijn er binnen dat project zeven albums verschenen, waarvan het laatste in 2003. In 2005 werd Jenkins benoemd tot Officier en in 2010 tot Commandeur in de Orde van het Britse Rijk. In 2015 werd hij verheven tot in de adelstand (ridder - Sir Karl Jenkins).

Karl Jenkins heeft een aantal eigen bedrijven. Zijn eigen muziek wordt uitgebracht bij Karl Jenkins Music Ltd.. Daarnaast wordt de reclamemuziek van Jenkins en Mike Ratledge ondergebracht in het bedrijf Jenkins Ratledge en tot slot is Mustache (waarvan de naam, uiteraard, verband houdt met Jenkins snor) het productiebedrijf van Karl Jenkins, Jody K. Jenkins en Helen Connolly.

Stella Natalis

Stella Natalis ging op 28 november 2009 in première in Chelmsford Cathedral (UK). Jenkins dirigeerde zelf.
De muziek is vitaal en ritmisch, aangrijpend en gevoelig.

Stella Natalis betekent onder andere ‘Ster van Geboorte’ of ‘Oerster’. Het stuk bestaat uit twaalf delen met de vier aspecten van Kerstmis: winter, het slapende kind, boodschap van vrede en dankzegging. In het stuk speelt de trompet een belangrijke en prachtige hoofdrol.